fietsveiligheid 10 tips om fietsongelukken te voorkomen - kopie

Fietsveiligheid: 10 tips om ongelukken te voorkomen

Jouw veiligheid op de fiets heb je voor een deel zelf in de hand. Wielrennen doe je op de openbare weg en op de fiets zal je dus de verkeersregels in acht moeten nemen. Die regels zijn er voor jouw en andermans veiligheid. Zoals we in de vorige blog over fietsveiligheid al concludeerden ben je als racefietser kwetsbaar. Met deze 10 tips kun je veilig de weg op.

Tip 1: Zorg dat je zichtbaar bent

Zorg dat andere weggebruikers je kunnen zien. Draag bij voorkeur fietskleding met felle kleuren. In de schemering of in het donker heb je uiteraard verlichting op je racefiets. Sommige racefietsers vinden een lamp op je racefiets “echt niet kunnen”. Het schijnt niet mooi te zijn of niet aerodynamisch. Negeer deze ijdeltuiten. Je veiligheid staat boven alles. Zorg gewoon voor goede verlichting. Punt.

Tip 2: Laat duidelijk zien wat je gaat doen

Laat altijd duidelijk zien wat je van plan bent te gaan doen. Ga je afslaan? Steek dan je hand uit. Dat is een kleine moeite en automobilisten en andere weggebruikers kunnen dan rekening houden met wat je gaat doen. Simpelweg omdat ze weten wát je gaat doen. Ook als je voorsorteert en het veiliger acht dat auto’s je even niet in kunnen halen, ga dan midden op de weg rijden zodat auto’s je ook echt niet in kúnnen halen. Doe dit zonder twijfel en straal zelfverzekerdheid uit. Dan neem je twijfel weg bij automobilisten omdat je uitstraalt dat je weet wat je doet.

Tip 3: Hou niet in

Als je voorrang hebt, hou dan niet in. Dan schep je verwarring en geef je automobilisten aanleiding jou geen voorrang te geven. Laat dus duidelijk merk dat je je voorrang ook gaat nemen. Fiets gewoon door, maar hou er wel rekening mee dat je misschien geen voorrang krijgt. Zorg dat je altijd op tijd kunt remmen.

Tip 4: Kijk goed

Uiteraard moet je zeker als je in de bebouwde kom fietst, goed uitkijken. Maar uitkijken is wat anders dan kijken. Hier bedoelen we dat je goed kijkt naar signalen voor gevaar. Kijk bijvoorbeeld door achterramen van geparkeerde auto’s of iemand tussen de auto’s door richting de weg loopt of dat iemand in zijn spiegels kijkt voordat hij zijn portier opendoet. Kijk naar voorwielen van geparkeerde auto’s. Zie je dat er één opeens beweegt, dan kun je er vergif op innemen dat de automobilist weg gaat rijden.

Tip 5: Beaware of the dog (belt)

Kijk ook altijd naar het soort hondenriem waarmee een hond vastzit. Is het zo’n uittrekbaar ding, beschouw de hond dan als een loslopende hond want meestal is de hondenbezitter te laat met reageren als hij jou heeft gezien. Eer dat hij de hondenriem heeft vastgezet, binnengehaald en de hond naast zich heeft, ben jij allang voorbij gefietst. Helaas hebben heel veel hondenbezitters “zo’n uittrekriem”, maar gelukkig zijn er ook veel hondenbezitters met een “echte” hondenriem. Pakt een voetganger zijn loslopende hond bij de riem als hij jou aan ziet komen? Roep dan “bedankt”. Klein gebaar, groot effect.

Tip 6: Luister goed

Uw gehoor is een goede raadgever. Het signaleert of auto’s meer of minder gas geven, of ze schakelen, of ze remmen of juist optrekken. Anticipeer daarop.

Tip 7: Fiets in een rechte lijn

Naast dat we hiermee bedoelen dat je niet moet slingeren, willen we je ook adviseren om in een rechte lijn te blijven fietsen langs een rij geparkeerde auto’s. Ook als er even niet een paar auto’s staan. Weersta de verleiding om naar rechts te sturen als je ziet dat er verderop weer auto’s staan geparkeerd. Niet alle automobilisten geven je dan weer de ruimte om terug te sturen naar links.

Tip 8: Verschaf jezelf voldoende ruimte voor het stoplicht

Wanneer je bij een stoplicht aankomt en er staan al een paar auto’s in de rij, sluit dan netjes achteraan. Het is irritant (voor jou als hen) als je ze rechts inhaalt en ze jou nadat het stoplicht op groen is gesprongen weer in moeten halen. Ga bij een stoplicht altijd zo staan dat er voldoende ruimte is tussen jou en de stoeprand. Of je nu vooraan staat of achteraan aansluit. Dan heb je bij het wegrijden bewegingsvrijheid en even de ruimte en tijd om je schoenen weer in je pedalen te klikken. Betekent dit dat er net genoeg ruimte is voor een auto naast je, ga dan midden op de weg staan zodat de automobilist niet naast je komt staan en je zo alsnog klem zet. Is er voldoende ruimte, dan geef je de automobilist uiteraard wel de ruimte naast je te komen staan.

Tip 9: Kijk niet om als een snellere fietser belt

Je kent het wel: je rijdt op het fietspad en wilt een andere fietser laten weten dat je hem inhaalt. Dus je laat hem weten dat je eraan komt door te bellen (ja, jij hebt gewoon een fietsbel op je racefiets…), hij kijkt achterom, zwenkt uit naar links en je moet alsnog afremmen omdat je anders op hem botst. Heel irritant. Kijk dus zelf ook niet om als een andere fietser achter jou belt om aan te geven dat je wilt passeren. Ga gewoon aan de kant zodat hij er langs kan en kijk niet achterom zodat jij die zwaai naar links maakt.

Tip 10: Gebruik je mond

Een fietsbel gebruik je als waarschuwing in niet-gevaarlijke situaties, bijvoorbeeld als je iemand in wilt halen. Bij een gevaarlijke situatie duurt het te lang voordat je hand bij de bel hebt en daarnaast is ook het geluid vaak niet hard genoeg. Bij een gevaarlijke situatie kun je dan ook het beste je mond gebruiken. Niet om te schelden, maar wel om te roepen. Een roep is direct ‘beschikbaar’ en vaak wel luid genoeg om de aandacht te trekken.

 

1 Shares

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *