Fietsen steile helling beklimmen Keutenberg

Het beklimmen van een steile helling

“Goed klimmen is meer dan alleen hard omhoog kunnen fietsen. Goed klimmen is vooral doseren.” Het zijn onze eigen woorden op de pagina over klimmen. Dit is vooral gericht op het beklimmen van een berg of een wat langere heuvel. Maar wat doe je bij een korte en vooral heel steile helling. Als je die gedoseerd op fietst, kan je wel eens stil komen te staan. Dat wil je natuurlijk niet. Maar op 100% van je kunnen naar boven rijden is ook geen optie, want er komen nog meer hellingen en je wilt niet al uitgeblust zijn na het eerste klimmetje. We geven je een belangrijke tip.

Tip: kies de juiste versnelling op de juiste tijd

Zorg dat je de juiste versnelling kiest vóórdat de steile klim begint. Maar schakel je lichte versnelling niet te snel, want dan moet je op het nog vlakke of niet zo steile gedeelte te veel omwentelingen maken en dat is niet wenselijk.

Schakel zeker ook niet te laat, want dan moet je waarschijnlijk van de fiets. Bij een echt steile helling staat er zoveel druk op de ketting dat schakelen lastig is. Zeker het schakelen van het ene voorblad naar het andere voorblad is dan bijna niet te doen. Grote kans dat je ketting eraf vliegt of vastloopt.

Het schakelen op je achterbladen is meestal nog wel mogelijk, maar als je schakelt is even de druk van de ketting en heb je kans dat je stil valt.

Beklimming Keutenberg

Voorbeeld

Het klinkt misschien een beetje vaag: schakel niet te vroeg en niet te laat. Dat is een open deur. Laten we het daarom verduidelijken met een voorbeeld: de beklimming van de Keutenberg.

De Keutenberg is de steilste helling van Nederland met een maximaal hellingspercentage van 22%. De toegangsweg naar deze heuvel is vlak en na een soort S-bocht naar rechts en links rij je opeens de helling op en krijg je ook gelijk het stijgingspercentage van 22% te verduren. Als je dan nog moet schakelen ben je te laat.

Volg daarom dit “stappenplan”

  1. Schakel een meter of 100 voor het klimmetje alvast naar je kleinste voorblad, zodat je dat op het klimmetje niet meer hoeft te doen. Maar schakel achter eerst een paar tandjes op, anders trap je opeens veel te licht. Dus eerst schakel je achter een paar tandjes op en gelijk daarna schakel je voor naar je kleinste blad.
  2. Schakel vlak voor de klim, eigenlijk bij de overgang naar het steile gedeelte, een paar tandjes terug, desnoods helemaal terug op je lichtste verzet. Schaam je daar niet voor. Die tandjes zitten er niet voor niets dus gebruik ze. Je kunt ze beter gebruiken en goed naar boven rijden dan nog wat lichtere versnellingen reserve houden om ze niet te gebruiken en je kapot te fietsen.
  3. Ga op je pedalen staan en klim naar boven. Leun niet te ver naar voren, maar probeer je lichaam een beetje naar achteren te houden. Zo kun je je gewicht beter gebruiken om de pedalen naar beneden te duwen. Daarnaast geeft het je meer grip met je achterwiel en daar moet je toch de zwaartekracht mee overwinnen.
  4. Voel je dat het niet meer gaat, zet dan door. Je kunt meer dan je denkt. Het komt nu aan op doorzettingsvermogen. Je ademhaling zal snel stijgen, evenals je hartslag. Even tegen je maximale hartslag aan fietsen is niet erg, maar het moet niet te lang duren. Kun je écht niet meer, stap dan af. Doe dit aan de rechterkant van de weg en stap als het even kan ook aan de rechterkant van je fiets af. Je fietst op de openbare weg en zo hou je maximaal rekening met je medeweggebruikers.
  5. Als je het steilste stuk hebt overwonnen, rij dan nog een stukje in dezelfde lichte versnelling om op adem te komen. Zo kun je ook het melkzuur een beetje uit je benen fietsen. Schakel je gelijk op, dan blijf je hartslag te hoog en blijft het melkzuur zich opstapelen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *