Fietsshirt

Fietsen doe je niet in een katoenen shirt, maar in een speciaal fietsshirt. Deze zijn gemaakt van ademende en sneldrogende materialen. Vaak hebben ze een anatomische pasvorm. Ze zijn zo gemaakt dat ze alleen lekker zitten als je in een fietshouding zit.

Passen

Pas een fietsshirt altijd voordat je het koopt. Zo kun je voelen of het shirt lekker zit. Besef wel dat een fietsshirt geen gewoon t-shirt is, het moet strak om je lichaam zitten, want anders gaat het wapperen door de wind. En zoals gezegd hebben ze vaak een anatomische pasvorm. Test dit ook altijd even door een fietshouding aan te nemen als je het fietsshirt hebt aangetrokken. Check ook altijd of het shirt aan de onderkant elastiek met rubbere plakrand heeft. Dit voorkomt (net zoals bij je fietsbroek) dat het fietsshirt omhoog kruipt.

Rugzakken

Een fietsshirt moet ook zakken op de rug hebben. Hier kun je spullen indoen die je meeneemt als je gaat fietsen, zoals eten, je telefoon, geld, armstukken, beenstukken, een regenjack en/of een reserveband. Al kun je laatstgenoemde beter meenemen in een zadeltas. Een zadeltas is ideaal om naast een reserveband ook een gereedschapstool in mee te nemen. Vaak zit dit niet lekker in je rugzakjes en is daarnaast ook nog eens gevaarlijk als je valt.

Korte / lange mouwen

Als het lekker warm weer is, fiets je natuurlijk in een fietsshirt met korte mouwen. Is het wat minder warm (tussen ongeveer 10-16 graden), dan kun je armstukken aantrekken. Deze zijn ideaal, omdat je ze onderweg gemakkelijk uit kunt trekken of kunt laten zakken en op je polsen kunt dragen. Bij koud weer trek je uiteraard een fietsshirt met lange mouwen aan. Deze zijn er in verschillende diktes.

MeerĀ wielerkleding

Een wieleroutfit bestaat verder uit:
fietsbroek
zweetshirt
helm
fietsbril
fietsschoenen (en sokken)
handschoenen